thonik

read
back

Choose from over a 1.000 images from over a 100 projects and create and order your own catalog.

Thonik: Zelfdragende systemen

Max Bruinsma

 

Deze tekst werd gepubliceerd bij het Portfolio van Thonik in Items no.1, 2009, p.76-81.


Kunstenaar Sol Lewitt schrijft in 1967 over de essentie van conceptuele kunst: “Het idee wordt de machine die de kunst maakt.” Nu zijn de ontwerpers van Thonik geen conceptuele kunstenaars, maar als je het werk van de Amsterdamse studio in de 15 jaar van hun bestaan overziet, valt op hoeveel ‘machines’ erin zitten. Vormsystemen, die in grote lijnen de vormgeving van alles wat erdoor wordt aangeraakt sturen.

Misschien is het omdat een van de oprichters van Thonik, Thomas Widdershoven, afgestudeerd filosoof is. Centrale concepten kenmerken immers ook de filosofie, en filosofen zijn notoire systeembouwers. Ook de Thonik filosofie, die Widdershoven en partner Nikki Gonnissen ontwikkelden, is gebouwd op conceptuele systemen. Dergelijke systemen beginnen, zoals Hugues Boekraad in een recente tekst* over Thonik opmerkt, met “de reductie van de boodschap tot een elementair grafisch symbool”. Voor het Centraal Museum (1996) was dat bijvoorbeeld de ‘C’. Het museum heeft vijf collecties, dus al is de ‘C’ van ‘Centraal’, er zijn vijf ‘C’s om die verscheidenheid te benadrukken. Eenmaal vastgesteld – we volgen Boekraads analyse nog even – kan dat “elementaire symbool” de drager worden van een grafisch systeem, waarbinnen het ook min of meer los van zijn directe betekenis decoratief of ornamenteel kan worden ingezet. De vijf C’s kunnen dan een wereldburger voorstellen, en één C kan tot Nijntje worden omgetoverd als je er twee Bruna-oortjes op zet. Consequent doorgevoerd, kan eigenlijk alles onderdeel van de huisstijl zijn als er die vijf C’s overheen staan, zoals Thonik op affiches voor het museum doet. Beeld en typografie versmelten dan tot een amalgaam dat de ‘brand-identity’ is.

Iets dergelijks is ook aan de hand bij de huisstijl voor de Architectuurbiënnale van Venetië (2008). Het concept begint met een visuele associatie: ‘een huisje op de wereld’. Het elementaire teken dat daaruit wordt gedistilleerd, is tegelijk een vrolijk kritisch antwoord op het thema van de biënnale, ‘architecture beyond building’ – het huisje, de meest archetypische vorm van architectuur, als symbool voor wat daaraan voorbij gaat. De vorm refereert intussen ook aan de typisch Venetiaanse venster- en kanteelmotieven, die je overal in de stad tegenkomt. Ook rond die vorm wordt een systeem gemaakt, dat een grote hoeveelheid toepassingen kan krijgen, in twee en drie dimensies. Het teken duikt overal in de oude stad op als een soort aangespoelde zeemijnen. En met de geschakelde vormen van het symbool kan geschreven worden op een schaal die past bij de immense ruimtes waarin de biënnale plaatsvindt. Tegelijk kan de vorm uitgroeien tot ornamenteel patroon, dat in combinatie met bijvoorbeeld de typografie van de titel alweer een sterke ‘brand-identity’ oproept.

Voor twee musea ontwierp Thonik zeer verwante systemen, die nochtans heel verschillend uitwerken. Het Marta Herford museum in Herford, Duitsland (2001) en museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam (2007) gebruiken elk een titelletter die uit verschillende banen is opgebouwd. Bij Marta Herford** zijn het drie banen die staan voor de drie peilers waarop het instituut rust, “meubels, kunst, omgeving”, of voor de drie functies die het heeft, “museum, cultuurcentrum, forum”. Thonik ontwierp de letter speciaal voor het museum, om de onderscheidende ambitie van het provinciemuseum kracht bij te zetten – een ambitie die ook wordt uitgestraald door het opvallende gebouw van Frank Gehry en de internationaal befaamde directeur Jan Hoet, met wie Thonik eerder werkte. Museum Boijmans van Beuningen heeft een vergelijkbare uit banen opgebouwde letter, maar hij wordt anders ingezet. Bij Boijmans is de letter de kern van een decoratief spel dat enerzijds volgens strengere regels dan in Herford wordt gespeeld, maar anderzijds tot veel vrijere vormen kan leiden. Anders dan de Herford letter heeft die van Boijmans geen diagonalen – hij is opgebouwd uit horizontalen, verticalen en cirkelfragmenten. Dat levert in de vrijere toepassingen soms duizelingwekkende lijnenlabyrinten op, waarin de titel bijna geheel kan opgaan. Voor beide musea geldt overigens dat de naam in een heel andere, neutraal leesbare, typografie wordt geschreven. Bij Marta Herford iets traditioneler dan bij Boijmans van Beuningen, waar in de strakke compartimentering van de woorden nog iets doorschemert van de modernistische roots van het museum. In beide gevallen levert dat een vrij gangbaar naamlogo op, dat pas in combinatie met de vreemde letters en de interactie daarvan met de achterliggende beelden een eigen rol krijgt; bij Marta Herford als ondertekening door een fictieve gastvrouw (Marta is een door Thonik bedacht acroniem voor ‘Möbel, ART, Ambiente’), bij Boijmans als label dat de onderliggende of aanhangende inhoud een ‘brand’ geeft.

Het zijn allemaal ‘zelfdragende systemen’, waarin een vrije associatie op de opdracht is omgevormd tot een vormmachine, die alles wat eruit komt binnen het concept houdt. Een dergelijke machine is nu ook ontworpen voor Items. Een tijdschrift is een container voor zeer uiteenlopend materiaal, een verzamelmap. Die context komt tot uiting in de ‘winkelhaak’ die in Thonik’s vormgeving de inhoud van Items kadert. Dat kader zet zich voort tot in het naamlogo, waarin twee lettertypen in elkaar schuiven. De boodschap is: er wordt gemedieerd, er treedt een zekere vertekening op. Die kleine verwijzing naar de ‘parallax’, de ‘bias’ die elk tijdschrift eigen is, staat een verder vrij strakke en leesbare vormgeving niet in de weg – de opmaak van Items laat zien dat die ‘winkelhaak’ zeer uiteenlopende vormgevingen kan omvatten.

Max Bruinsma,
hoofdredacteur Items over Design


* Hugues Boekraad in Thonik in Shanghai, Venice, Amsterdam. Eigen uitgave Thonik, 2008
** Zie Items 2-2006, p 60, artikel van Marc Vlemmings over Jan Hoet en MARta Herford

Centraal Museum Utrecht, 1996

Centraal Museum Utrecht, 1996


Venice Architecture Biennale, 2008

Venice Architecture Biennale, 2008


Marta Herford, 2004

Marta Herford, 2004


Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam, 2006

Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam, 2006


Download

download (PDF)